Geboren: Stadskanaal
Datum: 15 Augustus 1962
Partner: Ja
Kinderen: Nee
Beroep: ICT-specialist; medewerker callcenter
Uit de kast: 1985 (vrienden), 1997 (familie)
Als kind van acht wist ik al dat er iets met mij aan de hand was, dat is heel vroeg. Ik voelde me echt heel anders en ik had ook andere interesses dan de jongens die ik kende. Vraag me niet hoe ik het gedaan heb, maar als kind van rond de tien ging ik naar de openbare bibliotheek en zwierf ik rond op de afdeling voor volwassenen. Daar vond ik het juiste boek dat ik, met kloppend hart, tussen de kasten ben gaan zitten lezen. Daar las ik dat ik transseksueel was, dat de natuur zogezegd een grapje met mij had uitgehaald. Dat ik een vrouwelijke identiteit had in een mannelijk lichaam. Het ergste vond ik dat ik las dat het nooit over zou gaan. Dat het geen ziekte is die met een pilletje te genezen is, maar iets wezenlijks van jezelf.
Ik heb een lange periode gehad dat ik aan travestie deed, omdat ik dacht dat het een manier was om met transseksualiteit om te gaan. Je hoort veel verhalen van mensen die daar vervelende ervaringen mee opdoen, maar ik heb dat nauwelijks gehad. Van de enige keer dat ik een vervelende ervaring had realiseerde ik me achteraf dat het kwam doordat ik bang was en dat ook uitstraalde. Vanaf dat moment heb ik me bewust voorgenomen: ik ga nooit meer bang zijn. Dat ben ik ook niet meer en er gebeurt ook nooit meer iets.
In Utrecht heb ik nog nooit echt problemen gehad. De stad heeft een bepaalde gemoedelijkheid en provincialiteit die me aanspreekt. De mensen zijn prima. In winkels word ik als vrouw altijd keurig geholpen. Kijk, ik ben lang, slank, ik heb een mooi figuur (excusez-moi) en verkoopsters vinden het leuk om me te helpen kleden en verdere stappen in mijn leven te maken. Ik heb veel meer respect gekregen dan negatieve reacties.
Ik heb de definitieve verandering naar vrouw lang uitgesteld. Het leek me moeilijk om een heel nieuw leven als vrouw te moeten opbouwen. Dat is wat ik ook veel van mijn gendergenoten hoor: bang dat je geïsoleerd raakt, bang dat je je relatie zult verliezen, of je huis of werk. Ik herken dat sterk, maar ik weet ook dat zulke angsten in je eigen hoofd zitten en niet reëel zijn. Dat houd ik ook mijn gendergenoten voor: ik weet dat het moeilijk is, maar je grootste vijand is je eigen angst.
Drie jaar geleden ben ik geopereerd. De aanleiding was dat de spanning over het niet kunnen leven als vrouw te groot werd. Je wilt toch de vrouw zijn waarvan je weet dat je die bent en er waren teveel momenten waarop dat niet kon. Die opgehoopte spanning begon zich te uiten in conflicten, met mijn partner, op mijn werk, dat kon gewoon niet langer zo doorgaan. Ik ben nu heel blij met de beslissing die ik toen heb genomen.
Als je het moeilijk vindt om uit te gaan, vraag dan iemand om met je mee te gaan. Doe de eerste stappen aan de arm van een goede vriend of vriendin, of vraag iemand van de Transgender vereniging mee, dat kan (zie de website van de vereniging). En dan hoef je niet meteen Hoog Cathatrijne in als je dat niet durft, maar begin met kleine stappen, kijk wat er gebeurt en bouw verder op de ervaringen die je zo opdoet. Ga de deur uit en laat je angst thuis.



